In Nederland bevinden zich ongeveer 500 Norfolks. Het is dus een kleine populatie in vergelijking met veel andere rassen. De fokkerij ging dan ook wat moeizaam van start. Om te beginnen was het heel moeilijk om aan Norfolks te komen. De Engelse fokkers waren nauwelijks bereid om goede honden Het Kanaal over te laten gaan. Bovendien werden de fokkers tot diep in de jaren tachtig geconfronteerd met geboorteproblemen, kleine nestjes en puppy sterfte.Dat heeft er mede toe geleid dat een aantal fokkers is opgehouden met de Norfolk Terriër.

De laatste jaren gaat het een stuk beter. De geboorte en fokproblemen lijken tot het verleden te behoren. Nestjes van vier puppies zijn geen uitzondering meer en zij blijven in de regel ook allemaal in leven.

De geschiedenis van de fokkerij in Nederland begint in 1974 met de import van een tweetal Engelse reuen : Nanfan Nightowl en Nanfan Nova. Kort daarop kwamen van deze bekende kennel enkele teven: Nanfan Sugar, Plum en Next to Nothing. In de jaren tachtig deed Ragus Brown Herb zijn intrede, die heden ten dage nog in menig stamboom te vinden is. In die periode kwamen er nog wat enthousiaste fokkers bij, maar al snel haakte de een na de ander af door de eerder genoemde problemen. Eind tachtig was er nog maar één kennel actief. In de jaren negentig kwam het geheel weer in beweging. De fokbasis werd verbreed, dankzij Engelse en Finse importen van enthousiaste nieuwkomers (Brymarden, Jaeva, Richell Gainsay).

Op dit moment is het aantal serieuze fokkers groeiende. Het aantal inschrijvingen in het Nederlandse Honden Stamboek neemt toe.
De kwaliteit verbetert, er verschijnen meer honden op de shows en de belangstelling voor het ras groeit. En terecht, want deze kleine terriër met zijn olijke kopje en zijn zelfbewuste houding, is een echte hartenbreker.