Trimschema voor de Norfolk terriër

  1. Borstel de hond flink met een borstel met metalen pinnen of rubber blokborstel, kam het haar uit met een grove kam.
  2. Lichaam : Pluk al het dode haar, maar laat wel wat staan onder de buik. Maak een natuurlijke overgang zonder een ‘rok’ te maken. Tussen de voor- en achterbenen de lange haren (vaak dun en wit) weghalen. Van de onderzijde kin tot aan de borst mag iets blijven staan.
  3. Hoofd: Boven op de schedel moet het haar kort worden getrimd tot net iets achter de oren. Een geleidelijke overgang naar het haar in de hals maken.
  4. Oren: moeten zowel aan de binnen- als de buitenkant glad worden getrimd. Wilde plukjes boven aan de voorkant van het oor niet overslaan. Haren in het oor kunnen moeten voorzichtig worden geplukt met vingertoppen of pincet (of met schaar geknipt). Dit onderdeel mag, i.v.m. de gezondheid, niet worden overgeslagen!
  5. Borst: haren aan de onderkant van de nek, hals en voorborst lang laten. Uitstekende haren (vaak dun en wit) uitnemen.
  6. Voorbenen: al het lange dode haar moet worden verwijderd, vooral aan de voorarm en de elleboog , maar aan de achterkant niet te kort er om mooie dikke pootjes van te maken.
  7. Dijen: bovenkant plukken en een geleidelijke overgang maken naar de onderkant. Haren aan de voorkant van de knie moeten iets langer blijven. Final touch kan met efileerschaar.
  8. Hakken: haar naar boven uitkammen en gelijk maken met efileerschaar.
  9. Staart: al het lange oude haar plukken; wanneer de hond een dunne staart heeft kun je iets laten zitten. Haren aan de basis van de staart en rond de anus kunnen met de efileerschaar worden gedaan.
  10. Voeten: haren tussen de voetzolen knippen. Zowel voor als achter de voet een mooi rond knippen.
  11. Nu kunnen de nagels worden geknipt.
  12. Wassen, met hondenshampoo. Wanneer de hond is afgedroogd kan hij worden geföhnd. Tijdens het föhnen borstelt u het haar in de groeirichting.
  13. Wanneer het haar droog is kunt u de hond waar de haren nog uitsteken even bijwerken.