Gezondheidsenquette

Dat de Norfolk Terriër in het algemeen een gezonde hond is mag worden afgeleid uit de uitkomsten van drie onderzoeken in 2002, 2007 en 2010 naar gezondheid en gedrag. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd door de Norfolk Terrier Club Nederland waarbij gebruik is gemaakt van een formulier dat is ontwikkeld door de Hirschfeldstichting (Universiteit van Utrecht).
Het gezondheidsonderzoek is een belangrijk onderdeel van het fok- en gezondheidsbeleid dat de N.T.C.N. sinds 1996 voert, het geeft inzicht in de gezondheidsproblemen die zich kunnen voordoen binnen het ras. Het is van belang dit onderzoek regelmatig, d.w.z. om de drie jaar, uit te voeren om adequaat in te kunnen spelen op gezondheidsproblemen.

Wanneer in meer dan 1% van de onderzochte gevallen een bepaald probleem opduikt schakelen wij een deskundige in om vervolgens in nauw overleg met onze fokkers maatregelen te nemen die een plaats krijgen in het Verenigingsfokreglement (VFR). Het VFR beantwoordt aan de eisen die de Raad van Beheer daaraan stelt.
De fokkers op de fokkerspagina zijn gebonden aan het Verenigingsfokreglement van de Norfolk Terriër Club Nederland.

In het verleden zijn enkele gevallen van levershunt gevonden bij Norfolk Terriërs. Op advies van Professor Rothuizen hebben de bij de NTCN aangesloten fokkers zich verplicht om hun pups te laten testen bij een gecertificeerd instituut.

Gezondheidsonderzoek

De respons van de fokkers en eigenaren die meegewerkt hebben aan het gezondheidsonderzoek valt, in vergelijking met 2002 (140) en 2007 (164), tegen. Het aantal ingeleverde formulieren betrof slechts 84 honden op een populatie van ongeveer 450 honden. Desondanks leveren de uitkomsten (respons van bijna 20%) een representatief beeld op m.b.t. de gezondheid en gedrag van de Norfolk Terriër in Nederland.

Uit het gezondheidsonderzoek blijkt dat het overgrote deel van de honden beantwoordt aan de verwachtingen van de eigenaren. Zes eigenaren gaven aan dat het hondje niet geheel aan hun verwachtingen voldeed.

Het onderzoeksformulier omvat 3 soorten vragen:
1. algemene vragen over desbetreffende de hond zoals….leeftijd, reu of teef
2. vragen over het gedrag van desbetreffende hond zoals…. vriendelijk of afstandelijk
3. vragen met betrekking tot de gezondheid van de hond zoals…erfelijke afwijkingen?

Leeftijd

In de literatuur wordt als gemiddelde leeftijd voor kleine terriërs 12 tot 14 jaar opgegeven. Dat beeld wordt bevestigd door het onderzoek.

Vier van de 84 honden zijn “voortijdig” overleden met als oorzaken:
• een hartaanval op 10-jarige leeftijd
• een levertumor op 10-jarige leeftijd
• een ongeval op 7-jarige leeftijd
• nierfalen op nog 3-jarige leeftijd

Gedrag

De uitkomsten van het onderzoek rechtvaardigen de conclusie dat de Norfolk Terriër een vriendelijk en vrolijk dier is! Er is weinig verschil in het gedrag tussen reuen en teven. Sommige eigenaren vinden het wel prettig dat ze iets rustiger worden met het ouder worden.

Uit het gezondheidsonderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen vastgesteld:

1. Gebitsproblemen:
• bij vijf honden: een persisterend melkgebit (= het langer blijven zitten van de melktandjes, zodat de definitieve gebit te weinig ruimte krijgt om zich goed te ontwikkelen)
• bij twee honden: het vroegtijdig verliezen van elementen
• bij twee honden: veel tandplak en slechte kiezen
• bij één hond: een tanggebit (verkeerde stand van de boven- en ondergebit)

Conclusie: een persisterend melkgebit kan bij alle rassen voorkomen en alle pupjes moeten daar goed op gecontroleerd worden. De fokkers zullen de nieuwe eigenaren extra attenderen op de controle van het melkgebit. Slechte kiezen en tandplak zijn vooral afhankelijk van het voer.

2. Urineweg en nierproblemen:
• één hond: nierfalen
• drie honden: blaas- en nierontsteking
• vier honden: blaasstenen en of gruis

Conclusie: Nader onderzoek lijkt gewenst. De fokkers van de honden in kwestie zijn geïnformeerd.

3. Hartproblemen:
• één hond: een vergroot hart door longproblemen
• drie honden: hartklepproblemen

Conclusie: er is geen reden tot bezorgdheid omdat het oudere honden betrof uit verschillende bloedlijnen.

4. Patella luxatie:
• vier honden: patella luxatie

De knieschijf ofwel patella glijdt normaal gesproken in een sleuf aan het onderste gedeelte van het bovenbeen tijdens het lopen. Bij Patella luxatie schiet deze van zijn plaats (naar binnen of naar buiten toe). Daardoor kan de hond niet meer goed op dit been steunen en trekt de hond af en toe met zijn pootje tijdens het lopen.

Patellaluxatie kan in 4 verschillende gradaties voorkomen:

Graad 1: de patella bevindt zich in zijn normale positie, maar is met lichte druk uit de glijgroeve te duwen.
Graad 2: de knieschijf schiet af en toe uit zichzelf uit de glijgroeve, dit is het moment dat de honden hun poot optillen tijdens het rennen.
Graad 3: de knieschijf ligt continu naast de glijgroeve, maar kan met enige druk terug in de groeve geduwd worden.
Graad 4: de knieschijf ligt continu naast de glijgroeve en is ook niet meer terug te duwen.
Graad 3 en 4 dienen geopereerd te worden.

In de vier gevonden gevallen werd graad 1 en 2 vastgesteld, er was geen operatie nodig.
Conclusie: oplettendheid is geboden.